Thursday, December 27, 2012

To Bangkok (Overstay part III)



Er wonen vele buitenlanders hier in Thaiand, uit alle hoeken van de wereld. Het begin van hun verhaal is altijd hetzelfde. Toevallig Thailand een keer aangedaan voor studie, werk of recreatie en plotseling werden ze gegrepen. Meestal is het Bangkok die de boodschap bezorgt. Sommigen van ons horen hier. Wat dat precies is, wat het betekent of waar het vandaan komt. Niemand die het weet, denk ik. Het overkwam mij in 2010 en iedere dag daarvoor en sindsdien overkomt het anderen.

In de bus naar Cambodia kwam er een 52-jarige Oostenrijker naar me toe. Hij wist niet wat er met hem aan de hand was. Het enige dat hij me (ongevraagd) kon vertellen waren zijn omstandigheden thuis, en welke mogelijkheden om te ontsnappen uit Oostenrijk hij tot nu toe had kunnen bedenken. Hij had geld, en zijn verplichtingen waren, volgens hem, telkens voor een aantal maanden te onderbreken. Of zou hij hier werk kunnen vinden? Maakt niet uit wat… Hoe lang was ik hier al? Hoe had ik het voor elkaar gekregen? Hier stond voor me, in dezelfde staat van verwarring en ontzag voor wat zich hier bevind, de volgende immigrant. Net als ik 2 jaar geleden. ‘Just do it’ was het enige advies dat ik hem kon geven. ‘Come here, hit the pavement from day one, knock on doors and the right ones will eventually open for you.’ En dat is waar. Als Bangkok één ding doet iedere dag, dan is het wel het bieden van bevrediging voor iedere smaak, iedere wens en ieder denkbaar menselijk doel. Daarom is het hier zo druk, is het zelfs ‘s nachts een ongelooflijk kabaal en af en toe simpelweg…. Crazy. Het is aan het individu namelijk, om zijn of haar keuze te maken. ‘Be careful what you wish for, in Bangkok you will get it.’ En soms lijkt het alsof Bangkok er reeds vanuit gaat dat zij die hier komen, ook weten wat ze zoeken. Ze lijkt haar antwoord op al onze begeerten moeiteloos te produceren, maar biedt haar schatten slechts éénmaal aan. Sla het af, en het is weg. Easy go. Easy come is goed verhulde schijn. Daarom gaat alles hier zo snel, waren mijn baan en mijn appartement  beiden in 2 dagen geregeld. Het was precies wat ik zocht en ik wist het gelukkig te herkennen.

Voor hen die niet weten wat ze willen, is het cruciaal voor je overleving om tenminste te weten wat je niet zoekt. Anders raak je verdwaald in Bangkok’s labyrint van beloften en subtiele onderstromingen achter al dat op het eerste gezicht zo simpel en duidelijk lijkt. Iedere falang heeft zijn of haar eigen Thailand. Want iedere falang heeft een eigen opvatting over wat het ideale leven zou moeten zijn. Maar allemaal zijn ze het eens over waar dat leven te vinden is. Thailand.

Waarom heb ik dan in godsnaam nooit uitgezocht hoe een visum hier werkt? Die vraag heeft me een paar dagen bezig gehouden, en dat begon toen ik hier om half 2 ‘s nachts de supermarkt binnenliep. Nadat de bus, die de vorige dag mijn eigen Soi Ekkamai als vertrekpunt had genomen, als eindbestemming Mo Chit koos. Same same, but very different. Ja, Mo Chit heeft een busstation en is een wijk in Bangkok, maar wel een heel eind verwijderd van Sukhumvit, mijn vertrekpunt en het disctrict waar ik woon. Op het laatste nippertje kon ik de laatste Skytrain induiken, ‘Windows is shutting down’ toonde al op de borden van het perron. Dat was even geluk hebben want na 12.00uur wordt openbaar vervoer een stukje lastiger in deze metropool. En ik moest onderweg mijn weekeindboodschappen nog doen, anders kon ik niet douchen… en daar was ik sterk aan toe.

‘Sawa dee kaa’ groette de kassadame, midden in de nacht en met haar warmste glimlach en een beleefde buiging, zodra ze me de winkel in zag lopen. Foodland heet deze supermarkt en het is een genot voor iedere buitenlander. Virginia Ham (75 cent/ 100g), Frans stokbrood, vers gebakken. Goudse kaas, Edammer, drop, chocola, chips…. Voor al die momenten dat je even geen rijst meer lust.

‘Can you imagine ever having to go back to Holland?’ vroeg ik 2 dagen later aan mijn zakenpartner, die een tijdje in Nederland heeft gewoond en van origine uit België komt. We spreken overigens nooit Nederlands tegen elkaar, op een of andere manier is je moedertaal (tenzij deze Engels is) iets dat de meeste falang als eerste afleren.
‘Oh, please…’ kreeg ik als antwoord terug. Met bijpassend lachje. Hij had me net gevraagd hoe de visa run was gegaan en ik had hem verteld dat deze om 06.15 begonnen was en om 01.30 eindigde in Foodland.
‘What happened?’
‘I don’t know, they just kept sending me back and forth for more stamps and more papers. But the funny thing is… I still don’t understand why I didn’t just do my fucking homework! I mean, I had it coming. If anything I should have researched, it’s this. My right to stay here!’
‘Yeah, I know’ antwoordde hij. ‘You weren’t interested.’

I wasn’t interested. Interessante woordkeuze. Bangkok is, na wellicht het leven zelf, het grootste geschenk dat me ooit is aangeboden. En het is tijd om dat te aanvaarden. Om te beseffen dat waar geluk echt mogelijk is, en niet alleen voor anderen.  Bangkok biedt het je maar 1 keer aan en ik was nog maar net op tijd om het me te beseffen. In Bangkok kan alles, zolang je niet tegen de manier der dingen ingaat. Zie je, ik had binnen no-time mijn stempels kunnen hebben. 200 baht, 300 baht, ik had op mijn krukje kunnen blijven zitten naast de zonnende officieren terwijl een van hen de boel ging regelen. Kokosnootje erbij… Visum is klaar terwijl u wacht. Is dat corruptie? Same, same but different. Want uit het raam van mijn bus, kijkend naar een halfnaakte moeder met een in vodden gekleed kind, slapend over haar schouder… Verweesde kindjes, slapend in stoffige portieken… Denk je dat die 200 of 300 baht verspild zal worden in zulke grenzeloze armoede? De vorm van armoede die je kunt ruiken, een soort ochtendnevel die maar niet opstijgt, hoe ver de dag ook vordert? Er zijn mensen die ergere dingen doen om aan eten te komen dan het verlenen van een onofficiële dienst, of in het ergste geval het verkopen van een nep-stempel voor een habbekrats. In dat licht, ben ik dan ook niet een klein beetje een ATM? Is dat dan niet het minste dat ik voor ze terug had kunnen doen, in ruil voor het recht om op ieder moment van de dag Foodland te kunnen betreden? En wat zette ik op het spel? Een fantastische baan, geweldige vrienden, palmbomen voor mijn raam, vers fruit op iedere hoek van iedere straat en het lekkerste eten ter wereld, wat je smaak ook is? Bankok heeft het allemaal, remember?

Trust me, Bangkok… I’m interested.  

Sunday, December 23, 2012

ATM on the run (Overstay part II)


Heb je weleens het gevoel, als je in de Albert hein bent bijvoorbeeld, dat je 'de hele dag al in de rij staat'? Of scheld je weleens op een ambtelijk apparaat voor de zinloze bureaucratie waarmee het je leven compliceert? Hou je dan maar vast. Overstay deel II.

(klik om te vergroten)

Dit is waar het allemaal om gaat. De "Eastern border of Thailand" met verderop het onderschrift: 'drug traffickers receive the death penalty.' Zo. Dat je het maar weet. De foto heb ik genomen vanaf de kant van Thailand toen ik eindelijk, vlak voor zonsondergang mijn doorgang voltooide. Onthoud:  dit avontuur begon al bij zonsopkomst, toen ik om 06.15 mijn speciale reisvest aantrok. En achter deze imposante poort ligt het niemandsland waar ik de hele dag in gevangen ben geweest. Waar Thailand is geëindigd en Cambodja nog niet is begonnen. Een limbo en een nachtmerrie, het beloofde land telkens onbereikbaar in zicht, afgetekend tegen de horizon met deze demonische poort. En demonisch is letterlijk, doelend op het grote beeld dat opreist aan de andere kant van de foto. Een torenhoge beschermheer met lange tong en rustend op een metershoog zwaard. Ingelegd met spiegels en edelstenen die glinsteren in de brandende zon.

“Four thousand six hundred baht”
Auch. En dit is nog maar het begin van de financiële pijn waarop ik vandaag mag rekenen. Het voelt als, en is letterlijk een vonnis. De immigration dame neemt mijn biljetten in ontvangst, telt het subtotaal nog eens goed na en overhandigt me het afschrift waarop, onder een deftig Thais logo, aangeduid staat dat ik (verdachte) de schikking heb aanvaard en betaald. Mijn paspoort krijgt een stempel, handtekeningen worden gezet en ik bedank de dame in uniform vriendelijk voor de verkrachting van mijn aanstaande feestdagen. Ik wil terug naar de bus, waar ik ook nog eens mijn boek  op de achterbank heb laten liggen. Opdat ik maar snel terug kan keren naar Bangkok en de uitnodigingen voor kerst en oud en nieuw kan gaan afbellen.
“Can I now just turn around and head back to my bus?” vraag ik tenslotte. Ik ben bij het Thaise departures bureau aan de Cambodiaanse grens en nu ik leeg getrokken ben is wat mij betreft de façade verder niet meer nodig. Het gaat ze om de centen, niet waar? De rest is show. De buit is binnen ‘so let me go.’
“Yes, you can go back to bus now” is het antwoord. Great. Ik passeer de douane beamte en voel de zon weer in mijn nek als ik een sluis binnen loop. Aan mijn rechterkant is een drukke weg met daarachter de route naar de Thaise arrival desk. Voor me ligt Cambodia en hangen twee borden. Foreign passport rechtdoor, visa on arrival, doorlopen en na 50 meter naar rechts. Daar heb ik allemaal geen zin in. Het gaat er enkel om dat ik Thailand even uitga om het vervolgens weer binnen te kunnen treden en daarmee een nieuw 15-daags visa te bemachtigen. Ik spring over het kleine muurtje de weg op en steek over om me aan te sluiten in de departure rij. Ik laat mijn nieuwe zakenpartner, die stand by staat in geval van nood, per sms weten dat mijn batterij bijna leeg is maar ik inmiddels de overstay fee heb betaald. Nog een paar uurtjes in de rij staan en ik ben terug in Thailand. Zo. Dat hebben we gehad, hoor ik mezelf denken. Het lijkt alsof de departure desk 1 buitenlander per kwartier behandeld, mondjesmaat schuift alles in dat ritme vooruit.  Maar, het is nog maar even na twaalven. De desk sluit pas om 17.00 uur. Dat gaan we redden.

Om drie uur is de ambtenaar met de verlossende visa stempel in zicht. Achter me breekt kabaal uit. Een vroeg bejaarde man van Thaise afkomst en netjes gekleed, krijgt ruzie. Hij probeert zelfs een schop uit te delen naar iemand die hem kennelijk een groot onrecht heeft aangedaan. Schuin voor me rijst de oudste der immigratie douaniers op en met rechte rug en luide stem roept hij de man toe. De hele zaal valt stil terwijl iedereen deze vertoning van onvervalste Thaise trots aanschouwt. De douanier stapt statig, in kledij en met decoraties waardig aan dat van een Amerikaanse generaal, op de bejaarde man af. Deze krimpt ineen en wijst tevergeefs naar de belager en, volgens hem de echte schuldige van dit alles.  Daarop krijgt hij nogmaals een preek. Zonder het te kunnen verstaan is de taal duidelijk. Zo doen we dat hier niet in Thailand, en zeker niet op jouw leeftijd. Waar is je gevoel voor eer en zelfbeheersing! Respect voor dit overheidsgebouw! De ambtenaar marcheert terug naar zijn stoel en de zeven rijen met reizigers vervolgen hun stapsgewijze reis voorwaarts. Hiet duurt niet lang of mijn paspoort bevind zich in de handen van een goedlachse officer met een brilletje. Hij bladert door mijn paspoort heen, voorbij de eerder verkregen stempel en kijkt me ineens geagiteerd aan.
“No visa, go back”.
“Why no visa? I need stamp” zeg ik in Tenglish (Thais-Engels).
De man staat op en loopt naar de immigrant die achter me staat te wachten. De ambtenaar sommeert zijn paspoort en laat me een kleurrijke sticker zien. ‘Cambodian immigration, VISA on Arrival, USD 20.
Shit. Dus toch die sluis. Ik was er al enigzins bang voor, maar de urenlange wachttijd in de rij om hier te komen hadden het me doen vergeten. De Thaise overheid was uitgegeten, en na de hoofdmaaltijd werpt het Cambodia nog even de restjes to. $20 is nog eens 800 baht. Terug dus en alsnog Cambodja in.


Racisme was al het thema van deze week, nadat ik een meningsverschil heb uitgevochten afgelopen maandag met mijn Thaise tutor en inmiddels goede vriend. In zijn onzekerheid over de haalbaarheid van zijn droom, emigreren naar de USA, begon hij steeds vaker te klagen dat het voor westerlingen allemaal zo makkelijk is en voor Aziaten zo moeilijk. Daarbij implicerend dat alles wat ik hier bereik eigenlijk niet zozeer mijn verdienste is, maar meer te maken heeft me de kleur van mijn huid. Daarbij compleet voorbij gaand aan het feit dat dit 1 – niet waar is, 2 – ik 21 jaar ongelukkig heb moeten zijn om op dit punt te komen en 3 – ik me dagelijks in veel grotere en reëlere onzekerheid bevind dan hij op dit moment, en misschien zelfs wel ooit, gelet op zijn academische prestaties en het feit dat hij behoort tot de top van de studenten aan de beste universiteit in Bangkok. Ofwel, de slimste der slimsten hier in deze metropool van 14 miljoen mensen. De discussie heb ik uiteindelijk gewonnen maar het onderwerp van discriminatie blijft  me wel beziggehouden.

Discriminatie is des mens, we zijn immers sociale wezens. Groepsgedrag is een overlevingsstrategie waar we sterk op vertrouwen. Dus, we denken onvermijdelijk in termen van ‘een van ons, niet een van ons.’ Een andere huidskleur is daartoe de grootste ‘trigger’, al is het alleen al om de zichtbaarheid ervan.  Diverse rassen gaan er anders mee om. In Afrika hakken ze elkaars hoofden af, dankzij de wetten der Islam zal het in het midden oosten misschien wel nooit goedkomen, en blanken kunnen enkel over het probleem heenstappen als ze het verpakken in vorm zelfverbetering en emancipatie. Dat zwarten het nu beter hebben in het westen is gewoon toch een blanke verdienste. Ik had het totaal buiten mijn redenatie gelaten, tijdens mijn verhuizing naar hier. De Thaise vorm, in al hun zachtheid, van discriminatie is van een ander karakter. Blanken worden hier gezien, zoals ik het inmiddels omschrijf, al seen soort  ‘mythical creatures with mystical powers.’ Ik denk dat het mede te danken is aan het feit dat we niet geleerd hebben om bescheiden te zijn, en daarmee brutaal genoeg naar een straat kunnen wijzen met 15 foodstalls, en hardop zeggen: als we die nu combineren in 1 winkel, dan hebben we in plaats van 15 man maar 3 man nodig om hetzelfde resultaat te bereiken. En zo komen de falang hier ineens aanzetten, kijken drie keer rond, weten het beter en stichten op iedere hoek een ‘ 7-eleven’  convenience store. Welke overigens anders dan de naam doet vermoeden, 24-seven open is. Je moet je wel een beetje aanpassen aan de lokale smaak, niet waar? Aan de andere kant leidt dit ook tot de illusie dat de dagelijkse zorgen ons ontgaan. En we dus immuun zijn voor honger, en altijd geld hebben, hoe arm we ons ook voelen. Zoals we in Nederland een Marokkaan een mokro noemen en een neger een aap, zo noemt men ons hier vaak een ATM. Automated Teller Machine, in Nederland bekend onder de naam ‘geld automaat.’  En dagen zoals vandaag, doen dit begrip eer aan.


In de Cambodjaanse customs office tref ik een Cambodjaanse customs officer aan. Ook goedlachs, net als zijn Thaise tegenpool. Hij weet al wat ik kom doen.
“Visa on arrival?”
“Yes sir, please, thank you.”
“Welcome, you have pasphoto?”
Shit.
“No, is that a problem?”
“Hundred baht extra.”
Ah, zie je, een foto van de koning is ook goed, zolang deze maar gedrukt is op een bankbiljet. 900 baht is de stand en opnieuw wordt het toneelstuk van stempels en formulieren deftig uitgevoerd. Alsof het daadwerkelijk de wereld verbetert nu er een extra stukje papier en wat nieuwe inkt in mijn paspoort toont. Heeft dus nog een boom voor moeten sterven ook.


Terug naar de arrivals desk. De rij is iets korter inmiddels. Duurt maar een uurtje om een nieuwe immigratie ambtenaar te ontmoeten. Ik overhandig mijn paspoort samen met de twee arrival en departure kaarten, die haar voorganger reeds had afgestempeld. De Cambodjaanse ambtenaar had me er nog stellig op gewezen dat het verliezen van deze kaarten tot een boete zal leiden dus ik ben er maar voorzichtig mee geweest. Verward kijkt de douanier, een mollige dame, naar mijn paspoort.
“No stamp, go back”.
“What?” nu begin ik het echt niet leuk meer te vinden. En evenals haar voorganger staat ze op, sommeert een paspoort van de persoon achter me, en toont me twee stempels.
“You need get stamp, look, same same”  verklaart ze wijzend naar de stempels. Same, same. Een legendarische bladzijde uit het Tenglishe woordenboek. Zeker omdat de buitenlanders er hier standaard aan toevoegen … “but different.” Same same, but different is vaak very different hier in Thailand.
“But where do I get stamp?”  vraag ik haar enigszins moedeloos. De vriendelijke Cambodjaan had ze me zeker gegeven als hij ze gehad had, en ik heb nu toch immers een Visa on Arrival gekocht? Iedereen is ruimschoots betaald…. Wat kan er nog meer aan mijn paspoort worden toegevoegd? Ik wil naar huis!
“Cambodia!” is het antwoord. Geweldig. Ik kan me nog net inhouden om te vragen, ‘where in Cambodia?’ want bijdehand worden is nu niet verstandig. Het is even na vier uur, nog een uur te gaan en ik wil hier niet stranden. Onderstrepen dat een immigration officer die geen Engels spreekt me bevreemd kan ik beter achterwege laten. Maar ik wil wel mijn arrival en departure kaarten terug. Bij iedere beweging die ik buiten maak proberen er mensen me valse stempels en documenten te verkopen, en ik vertrouw nu even niemand meer, zoals ik ook terecht voor ben gewaarschuwd door de mensen hier. Ik zie het al gebeuren, ik laat mijn kaarten achter en bij terugkomst mag ik als blanke ATM weer een paar biljetten uitspugen. Maar nee, ik kreeg ze niet terug. En ik realiseerde me dat mijn verwarring nu ook het immigratie systeem begon aan te tasten. Namelijk, de kaarten waren reeds gestempeld wat volgens het systeem natuurlijk niet kan. Ik ben met die stempels al ‘arrived and departed’ maar mijn paspoort is niet in orde en dus zonder visum. Mijn papieren identiteit is als een spook in het systeem reeds in Thailand gearriveerd, terwijl mijn lichaam zich nog in deze limbo tussen twee landen bevind. Dat kan niet en dus besloot de dame correct, in tegenstelling tot haar voorganger, de kaarten dan maar in bezit te houden.


Als een hobbit op een mysterieuze quest, rende ik terug naar de Cambodjaanse customs office. Ik wist niet wat voor stempels ik precies moest zoeken, en waar ik ze kon vinden. De goedlachse man was inmiddels verdwenen. Ik sprak een collega van hem aan, en vroeg “stamps?”.
Hij wees naar een locatie ergens verderop, voorbij de Cambodjaanse poort die via het straatbeeld erachter veel whisky, sigaretten en casino’s beloofde aan eenieder die zich geroepen voelt onder haar door te passeren. En dus liep ik Cambodja binnen, niet voor het het bovenstaande maar wel voor de stempels die hier ergens verstopt liggen. Al snel trof ik een groepje officieren, onder een parasol en genietend van een sigaret en versnaperingen.
“Stamp?”
“Yes, sit down” zei de oudste van het gezelschap terwijl een ander plaats maakte en me zijn krukje aanbood. De oude man vroeg om mijn paspoort en begon een formulier in te vullen welke hij vervolgens aan me overhandigde.
Ik keek naar het formulier en vervolgens terug naar de ambtenaar. Ik wil geen formulier, ik heb een stempel nodig.
“Can you make stamp?” vroeg ik, opnieuw in Tenglish.
“200 baht”
Fuck. Een scam dus.
“No I just want stamp, where can I get stamp?”
“You get stamp over there” zei hij wijzend naar een locatie verderop. “But is many people, take long time. You give 200 baht, I make 10 minutes, you wait here.”
No way.
“Thank you but I want to keep passport. I look myself. Thank you for paper.” En weg was ik.
Even verderop werd het me ‘een soort van’  duidelijk welke mysterieuze stempels ik precies moest vinden voor mijn Thaise opdrachtgever in de departure desk. Kennelijk is het zo dat, ook al heb je een visa on arrival je nog steeds niet gearriveerd bent volgens Cambodjaans – Thaise standaarden. Voor me bevond zich namelijk een halletje met de woorden ‘ Arrivals’ op de gevel. In tegenstelling tot wat de officer me zojuist beloofde, was er helemaal niemand en drie minuten later was ik twee stempels rijker.

De rij was nu zo goed als verdwenen, enkel binnen het departure gebouw stonden nog mensen te wachten. Na eventjes in de rij te hebben gestaan merkte de mollige douanier me op en maande me naar voren te stappen, naar haar collega die haar inmiddels had afgelost. Eindelijk. Ik kan straks naar huis. De nieuwe douanier bladerde door mijn paspoort heen. Een keer, twee keer, drie keer. Met vragende ogen keek ze me tenslotte aan.
“Where is stamp?”
Nu had ik het niet meer, ik wees naar mijn paspoort en de pagina die zojuist was afgestempeld. 1 stempel in mijn paspoort zelf, en een stempel op het afschrift van het formulier dat de zonnende officieren hadden opgesteld, en de Cambodjaanse arrivals officer in mijn paspoort had ge-niet.
“You need two stamp” was het antwoord op mijn aanwijzing.
“2 stamp? I have two stamp. Look. 1 stamp, 2 stamp.” Nu begon ik geïrriteerd te raken. En nu stond ook deze dame op, produceerde een paspoort van de persoon achter me, en wees opnieuw de stempels aan. Moedeloos herhaalde ik dus ook maar mijn routine.
“Where I get stamp?”
“Cambodia.”
“Yeah I know but where in Cambodia?” .. oeps.
“Cambodia!! You go! Same, same!”


Nog 15 minuten te gaan. Lichte paniek kondigde zich aan in mijn buik. Nog een mysterieuze stempel benodigd.

“I need another stamp” vroeg ik aan opnieuw een nieuwe officier in het Cambodjaanse customs gebouw.
“300 baht”
Dat is wat men noemt de ‘corruption charge’ had ik inmiddels ontleed uit het feit dat het eerdere formulier geaccepteerd werd door de arrivals desk. En evenals voor ‘valse’ officials, was ik ook daar voor gewaarschuwd.
“No 300 baht, where can I get stamp?”
Teleurgesteld wees de ambtenaar in de richting van de Cambodjaanse arrivals desk verderop, en boog zijn vinger vervolgens naar de overkant ervan. Natuurlijk, dat is het. Ik moet naast een Cambodjaanse arrival stamp ook een evenredige departure stamp zien te bemachtigen!
“Thank you!” en ik maakte me uit de voeten. Nog 10 minuten.

Om exact 17.00 was ik terug bij de Thaise deur en stormde ik hun departure desk binnen. Mijn ogen zoekende naar de beambte van zojuist. Zodra ik de hare ontmoette, gebaarde ze me naar de voorzijde van de rij, en haar bureau. Protest rees op uit de rij met wachtenden voor mij, en in gedachten antwoorde ik: ‘believe me, you don’t wanna know.
Opnieuw tuurden de Thaise ogen naar iedere centimeter van mijn paspoort. Eenmaal, tweemaal… de voorkant, de achterkant…kom op, do it, do it, do it…! En ja, ze deed het! Alsof ze het zelf niet kon geloven. Ze overhandigde mijn departure en arrival kaarten aan haar collega achter me en ik kon haar wel zoenen! Ik huppelde door de poort, in gedachte mijn middelvinger opstekend naar de demoon aan de andere kant. See you again in two weeks, motherfucker!

... Wordt vervolgd in deel III.

Saturday, December 22, 2012

Overstay

Het zijn hectische dagen alhier. Ik heb een blog post voorbereid die ik nog moet voorzien van een reeks foto's als terugblik op mijn eerste maand in Bangkok. Die post bevat enkel goed nieuws en mooie beelden. Zo heb ik bijvoorbeeld een job gevonden. Maar daarover dus later meer. Want naast alle dingen die meezitten gaat er ook wel eens wat mis. Toen ik gisteren namelijk argeloos vertelde aan mijn nieuwe (westerse) zakenpartner dat mijn visum was ge-expireerd (ik had geen geld vorige week voor een visa run) wist hij me te vertellen dat dat inhoudt dat ik een penalty krijg van 500 baht per dag. Dat niet alleen, als de politie me controleert (wat me 3 weken terug nog gebeurde) arresteren ze me, zetten me in een cel alvorens ik wordt gedeporteerd. Dat niet alleen, je kunt een red stamp krijgen wat betekent dat je nooit meer welkom bent hier in the land of smiles.

Daar gaat kerst en oud en nieuw dus. Ik kan net de overstay fee en de (overigens voor blanken vrij gevaarlijke) trip heen en weer naar Cambodja betalen. Naast de boete (ik was verkeerd ingelicht waardoor ik dacht dat een overstay fee enkel op het vliegveld gold) is de nieuwe stempel ook niet heel erg goedkoop en bovendien maar 15 dagen geldig. Dus over twee weken moet ik dit opnieuw doen alvorens ik gelegenheid heb om een beter visum te kunnen betalen die zes maanden veiligheid geeft. Het risico is echter zo groot dat de run in geen geval kan worden uitgesteld, nog met geen uur.

Dus met een k.u.t. gevoel zit ik nu in de bus. Om 06.15 opgestaan vanochtend na wat sowieso al een uitputtende week was met mijn nieuwe, zeer drukke baan en werk in de avond en nacht voor mijn Nederlandse fans. Heb in totaal zo'n 8 a 9 uur reistijd in het verschiet en het is behoorlijk opletten en van je afbijten bij aankomst in cambodja. Ben al gewaarschuwd voor mensen in uniform die eigenlijk geen politie of douane ambtenaar zijn en zodoende je proberen te beroven of te ontvoeren.  Heb hier gelukkig in Bangkok mensen stand by staan die, als ze niets van me horen vanmiddag, komen bijstaan.

Never a dull moment!