Heb je weleens het gevoel, als je in de Albert hein bent
bijvoorbeeld, dat je 'de hele dag al in de rij staat'? Of scheld je weleens op
een ambtelijk apparaat voor de zinloze bureaucratie waarmee het je leven
compliceert? Hou je dan maar vast. Overstay deel II.
(klik om te vergroten)
Dit is waar het allemaal om gaat. De "Eastern border of
Thailand" met verderop het onderschrift: 'drug traffickers receive the
death penalty.' Zo. Dat je het maar weet. De foto heb ik genomen vanaf de kant
van Thailand toen ik eindelijk, vlak voor zonsondergang mijn doorgang
voltooide. Onthoud: dit avontuur begon al bij zonsopkomst, toen ik om
06.15 mijn speciale reisvest aantrok. En achter deze imposante poort ligt het niemandsland
waar ik de hele dag in gevangen ben geweest. Waar Thailand is geëindigd en
Cambodja nog niet is begonnen. Een limbo en een nachtmerrie, het beloofde land
telkens onbereikbaar in zicht, afgetekend tegen de horizon met deze demonische
poort. En demonisch is letterlijk, doelend op het grote beeld dat opreist aan
de andere kant van de foto. Een torenhoge beschermheer met lange tong en
rustend op een metershoog zwaard. Ingelegd met spiegels en edelstenen die
glinsteren in de brandende zon.
“Four thousand
six hundred baht”
Auch. En dit is
nog maar het begin van de financiële pijn waarop ik vandaag mag rekenen. Het
voelt als, en is letterlijk een vonnis. De immigration
dame neemt mijn biljetten in ontvangst, telt het subtotaal nog eens goed na
en overhandigt me het afschrift waarop, onder een deftig Thais logo, aangeduid
staat dat ik (verdachte) de schikking heb aanvaard en betaald. Mijn paspoort
krijgt een stempel, handtekeningen worden gezet en ik bedank de dame in uniform
vriendelijk voor de verkrachting van mijn aanstaande feestdagen. Ik wil terug
naar de bus, waar ik ook nog eens mijn boek op de achterbank heb laten liggen. Opdat ik maar
snel terug kan keren naar Bangkok en de uitnodigingen voor kerst en oud en
nieuw kan gaan afbellen.
“Can I now just
turn around and head back to my bus?” vraag ik tenslotte. Ik ben bij het Thaise
departures bureau aan de Cambodiaanse
grens en nu ik leeg getrokken ben is wat mij betreft de façade verder niet meer
nodig. Het gaat ze om de centen, niet waar? De rest is show. De buit is binnen
‘so let me go.’
“Yes, you can go
back to bus now” is het antwoord. Great. Ik passeer de douane beamte en voel de
zon weer in mijn nek als ik een sluis binnen loop. Aan mijn rechterkant is een
drukke weg met daarachter de route naar de Thaise arrival desk. Voor me ligt Cambodia en hangen twee borden. Foreign
passport rechtdoor, visa on arrival, doorlopen en na 50 meter naar rechts. Daar
heb ik allemaal geen zin in. Het gaat er enkel om dat ik Thailand even uitga om
het vervolgens weer binnen te kunnen treden en daarmee een nieuw 15-daags visa
te bemachtigen. Ik spring over het kleine muurtje de weg op en steek over om me
aan te sluiten in de departure rij. Ik laat mijn nieuwe zakenpartner, die stand
by staat in geval van nood, per sms weten dat mijn batterij bijna leeg is maar
ik inmiddels de overstay fee heb
betaald. Nog een paar uurtjes in de rij staan en ik ben terug in Thailand. Zo.
Dat hebben we gehad, hoor ik mezelf denken. Het lijkt alsof de departure desk 1
buitenlander per kwartier behandeld, mondjesmaat schuift alles in dat ritme
vooruit. Maar, het is nog maar even na
twaalven. De desk sluit pas om 17.00 uur. Dat gaan we redden.
Om drie uur is de
ambtenaar met de verlossende visa stempel in zicht. Achter me breekt kabaal
uit. Een vroeg bejaarde man van Thaise afkomst en netjes gekleed, krijgt ruzie.
Hij probeert zelfs een schop uit te delen naar iemand die hem kennelijk een
groot onrecht heeft aangedaan. Schuin voor me rijst de oudste der immigratie douaniers
op en met rechte rug en luide stem roept hij de man toe. De hele zaal valt stil
terwijl iedereen deze vertoning van onvervalste Thaise trots aanschouwt. De
douanier stapt statig, in kledij en met decoraties waardig aan dat van een
Amerikaanse generaal, op de bejaarde man af. Deze krimpt ineen en wijst
tevergeefs naar de belager en, volgens hem de echte schuldige van dit alles.
Daarop krijgt hij nogmaals een preek. Zonder het te kunnen verstaan is
de taal duidelijk. Zo doen we dat hier niet in Thailand, en zeker niet op jouw
leeftijd. Waar is je gevoel voor eer en zelfbeheersing! Respect voor dit
overheidsgebouw! De ambtenaar marcheert terug naar zijn stoel en de zeven rijen
met reizigers vervolgen hun stapsgewijze reis voorwaarts. Hiet duurt niet lang
of mijn paspoort bevind zich in de handen van een goedlachse officer met een brilletje. Hij bladert
door mijn paspoort heen, voorbij de eerder verkregen stempel en kijkt me ineens
geagiteerd aan.
“No visa, go back”.
“Why no visa? I need stamp” zeg ik in Tenglish (Thais-Engels).
De man staat op en loopt naar de immigrant die achter me staat te wachten. De
ambtenaar sommeert zijn paspoort en laat me een kleurrijke sticker zien. ‘Cambodian immigration, VISA on Arrival,
USD 20.
Shit. Dus toch die sluis. Ik was er al enigzins bang voor, maar de
urenlange wachttijd in de rij om hier te komen hadden het me doen vergeten. De
Thaise overheid was uitgegeten, en na de hoofdmaaltijd werpt het Cambodia nog
even de restjes to. $20 is nog eens 800 baht. Terug dus en alsnog Cambodja in.
Racisme was al
het thema van deze week, nadat ik een meningsverschil heb uitgevochten
afgelopen maandag met mijn Thaise tutor en inmiddels goede vriend. In zijn
onzekerheid over de haalbaarheid van zijn droom, emigreren naar de USA, begon
hij steeds vaker te klagen dat het voor westerlingen allemaal zo makkelijk is
en voor Aziaten zo moeilijk. Daarbij implicerend dat alles wat ik hier bereik
eigenlijk niet zozeer mijn verdienste is, maar meer te maken heeft me de kleur
van mijn huid. Daarbij compleet voorbij gaand aan het feit dat dit 1 – niet
waar is, 2 – ik 21 jaar ongelukkig heb moeten zijn om op dit punt te komen en 3
– ik me dagelijks in veel grotere en reëlere onzekerheid bevind dan hij op dit
moment, en misschien zelfs wel ooit,
gelet op zijn academische prestaties en het feit dat hij behoort tot de top van
de studenten aan de beste universiteit in Bangkok. Ofwel, de slimste der
slimsten hier in deze metropool van 14 miljoen mensen. De discussie heb ik
uiteindelijk gewonnen maar het onderwerp van discriminatie blijft me wel beziggehouden.
Discriminatie is des
mens, we zijn immers sociale wezens. Groepsgedrag is een overlevingsstrategie
waar we sterk op vertrouwen. Dus, we denken onvermijdelijk in termen van ‘een
van ons, niet een van ons.’ Een andere huidskleur is daartoe de grootste
‘trigger’, al is het alleen al om de zichtbaarheid ervan. Diverse rassen gaan er anders mee om. In
Afrika hakken ze elkaars hoofden af, dankzij de wetten der Islam zal het in het
midden oosten misschien wel nooit goedkomen, en blanken kunnen enkel over het probleem
heenstappen als ze het verpakken in vorm zelfverbetering en emancipatie. Dat
zwarten het nu beter hebben in het westen is gewoon toch een blanke verdienste. Ik had het totaal
buiten mijn redenatie gelaten, tijdens mijn verhuizing naar hier. De Thaise
vorm, in al hun zachtheid, van discriminatie is van een ander karakter. Blanken
worden hier gezien, zoals ik het inmiddels omschrijf, al seen soort ‘mythical creatures with mystical powers.’ Ik
denk dat het mede te danken is aan het feit dat we niet geleerd hebben om
bescheiden te zijn, en daarmee brutaal genoeg naar een straat kunnen wijzen met
15 foodstalls, en hardop zeggen: als we die nu combineren in 1 winkel, dan
hebben we in plaats van 15 man maar 3 man nodig om hetzelfde resultaat te
bereiken. En zo komen de falang hier
ineens aanzetten, kijken drie keer rond, weten het beter en stichten op iedere
hoek een ‘ 7-eleven’ convenience store. Welke overigens anders dan de naam doet
vermoeden, 24-seven open is. Je moet
je wel een beetje aanpassen aan de lokale smaak, niet waar? Aan de andere kant
leidt dit ook tot de illusie dat de dagelijkse zorgen ons ontgaan. En we dus
immuun zijn voor honger, en altijd geld hebben, hoe arm we ons ook voelen.
Zoals we in Nederland een Marokkaan een mokro
noemen en een neger een aap, zo noemt
men ons hier vaak een ATM. Automated
Teller Machine, in Nederland bekend onder de naam ‘geld automaat.’ En dagen zoals vandaag, doen dit begrip eer
aan.
In de Cambodjaanse
customs office tref ik een Cambodjaanse customs officer aan. Ook goedlachs, net
als zijn Thaise tegenpool. Hij weet al wat ik kom doen.
“Visa on arrival?”
“Yes sir, please, thank you.”
“Welcome, you have pasphoto?”
Shit.
“No, is that a problem?”
“Hundred baht extra.”
Ah, zie je, een foto van de koning is ook goed, zolang deze maar gedrukt is op
een bankbiljet. 900 baht is de stand en opnieuw wordt het toneelstuk van
stempels en formulieren deftig uitgevoerd. Alsof het daadwerkelijk de wereld
verbetert nu er een extra stukje papier en wat nieuwe inkt in mijn paspoort
toont. Heeft dus nog een boom voor moeten sterven ook.
Terug naar de
arrivals desk. De rij is iets korter inmiddels. Duurt maar een uurtje om een
nieuwe immigratie ambtenaar te ontmoeten. Ik overhandig mijn paspoort samen met
de twee arrival en departure kaarten, die haar voorganger reeds had
afgestempeld. De Cambodjaanse ambtenaar had me er nog stellig op gewezen dat
het verliezen van deze kaarten tot een boete zal leiden dus ik ben er maar
voorzichtig mee geweest. Verward kijkt de douanier, een mollige dame, naar mijn
paspoort.
“No stamp, go back”.
“What?” nu begin ik het echt niet leuk meer te vinden. En evenals haar
voorganger staat ze op, sommeert een paspoort van de persoon achter me, en
toont me twee stempels.
“You need get stamp, look, same same”
verklaart ze wijzend naar de stempels. Same, same. Een legendarische
bladzijde uit het Tenglishe woordenboek. Zeker omdat de buitenlanders er hier
standaard aan toevoegen … “but different.” Same same, but different is vaak very different hier in Thailand.
“But where do I get stamp?” vraag ik
haar enigszins moedeloos. De vriendelijke Cambodjaan had ze me zeker gegeven
als hij ze gehad had, en ik heb nu toch immers een Visa on Arrival gekocht?
Iedereen is ruimschoots betaald…. Wat kan er nog meer aan mijn paspoort worden
toegevoegd? Ik wil naar huis!
“Cambodia!” is het antwoord. Geweldig. Ik kan me nog net inhouden om te vragen,
‘where in Cambodia?’ want bijdehand worden is nu niet verstandig. Het is even
na vier uur, nog een uur te gaan en ik wil hier niet stranden. Onderstrepen dat
een immigration officer die geen Engels spreekt me bevreemd kan ik beter
achterwege laten. Maar ik wil wel mijn arrival en departure kaarten terug. Bij
iedere beweging die ik buiten maak proberen er mensen me valse stempels en
documenten te verkopen, en ik vertrouw nu even niemand meer, zoals ik ook
terecht voor ben gewaarschuwd door de mensen hier. Ik zie het al gebeuren, ik
laat mijn kaarten achter en bij terugkomst mag ik als blanke ATM weer een paar
biljetten uitspugen. Maar nee, ik kreeg ze niet terug. En ik realiseerde me dat
mijn verwarring nu ook het immigratie systeem begon aan te tasten. Namelijk, de
kaarten waren reeds gestempeld wat volgens het systeem natuurlijk niet kan. Ik
ben met die stempels al ‘arrived and departed’ maar mijn paspoort is niet in
orde en dus zonder visum. Mijn papieren identiteit is als een spook in het
systeem reeds in Thailand gearriveerd, terwijl mijn lichaam zich nog in deze
limbo tussen twee landen bevind. Dat kan niet en dus besloot de dame correct,
in tegenstelling tot haar voorganger, de kaarten dan maar in bezit te houden.
Als een hobbit op
een mysterieuze quest, rende ik terug naar de Cambodjaanse customs office. Ik
wist niet wat voor stempels ik precies moest zoeken, en waar ik ze kon vinden.
De goedlachse man was inmiddels verdwenen. Ik sprak een collega van hem aan, en
vroeg “stamps?”.
Hij wees naar een
locatie ergens verderop, voorbij de Cambodjaanse poort die via het straatbeeld
erachter veel whisky, sigaretten en casino’s beloofde aan eenieder die zich
geroepen voelt onder haar door te passeren. En dus liep ik Cambodja binnen,
niet voor het het bovenstaande maar wel voor de stempels die hier ergens
verstopt liggen. Al snel trof ik een groepje officieren, onder een parasol en
genietend van een sigaret en versnaperingen.
“Stamp?”
“Yes, sit down” zei de oudste van het gezelschap terwijl een ander plaats
maakte en me zijn krukje aanbood. De oude man vroeg om mijn paspoort en begon
een formulier in te vullen welke hij vervolgens aan me overhandigde.
Ik keek naar het formulier en vervolgens terug naar de ambtenaar. Ik wil geen
formulier, ik heb een stempel nodig.
“Can you make stamp?” vroeg ik, opnieuw in Tenglish.
“200 baht”
Fuck. Een scam dus.
“No I just want stamp, where can I get stamp?”
“You get stamp over there” zei hij wijzend naar een locatie verderop. “But is
many people, take long time. You give 200 baht, I make 10 minutes, you wait
here.”
No way.
“Thank you but I want to keep passport. I look myself. Thank you for paper.” En
weg was ik.
Even verderop
werd het me ‘een soort van’ duidelijk
welke mysterieuze stempels ik precies moest vinden voor mijn Thaise
opdrachtgever in de departure desk. Kennelijk is het zo dat, ook al heb je een
visa on arrival je nog steeds niet
gearriveerd bent volgens Cambodjaans – Thaise standaarden. Voor me bevond zich
namelijk een halletje met de woorden ‘ Arrivals’ op de gevel. In tegenstelling
tot wat de officer me zojuist beloofde, was er helemaal niemand en drie minuten
later was ik twee stempels rijker.
De rij was nu zo goed als verdwenen, enkel binnen het departure gebouw stonden
nog mensen te wachten. Na eventjes in de rij te hebben gestaan merkte de
mollige douanier me op en maande me naar voren te stappen, naar haar collega
die haar inmiddels had afgelost. Eindelijk. Ik kan straks naar huis. De nieuwe douanier
bladerde door mijn paspoort heen. Een keer, twee keer, drie keer. Met vragende
ogen keek ze me tenslotte aan.
“Where is stamp?”
Nu had ik het niet meer, ik wees naar mijn paspoort en de pagina die zojuist
was afgestempeld. 1 stempel in mijn paspoort zelf, en een stempel op het
afschrift van het formulier dat de zonnende officieren hadden opgesteld, en de
Cambodjaanse arrivals officer in mijn paspoort had ge-niet.
“You need two stamp” was het antwoord op mijn aanwijzing.
“2 stamp? I have two stamp. Look. 1 stamp, 2 stamp.” Nu begon ik geïrriteerd te
raken. En nu stond ook deze dame op, produceerde een paspoort van de persoon
achter me, en wees opnieuw de stempels aan. Moedeloos herhaalde ik dus ook maar
mijn routine.
“Where I get stamp?”
“Cambodia.”
“Yeah I know but where in Cambodia?”
.. oeps.
“Cambodia!! You go! Same, same!”
Nog 15 minuten te gaan. Lichte paniek kondigde zich aan in mijn buik. Nog een
mysterieuze stempel benodigd.
“I need another
stamp” vroeg ik aan opnieuw een nieuwe officier in het Cambodjaanse customs
gebouw.
“300 baht”
Dat is wat men noemt de ‘corruption charge’ had ik inmiddels ontleed uit het
feit dat het eerdere formulier geaccepteerd werd door de arrivals desk. En
evenals voor ‘valse’ officials, was ik ook daar voor gewaarschuwd.
“No 300 baht, where can I get stamp?”
Teleurgesteld wees de ambtenaar in de richting van de Cambodjaanse arrivals
desk verderop, en boog zijn vinger vervolgens naar de overkant ervan.
Natuurlijk, dat is het. Ik moet naast een Cambodjaanse arrival stamp ook een evenredige departure stamp zien te bemachtigen!
“Thank you!” en ik maakte me uit de voeten. Nog 10 minuten.
Om exact 17.00 was ik terug bij de Thaise deur en stormde ik hun departure desk
binnen. Mijn ogen zoekende naar de beambte van zojuist. Zodra ik de hare
ontmoette, gebaarde ze me naar de voorzijde van de rij, en haar bureau. Protest
rees op uit de rij met wachtenden voor mij, en in gedachten antwoorde ik: ‘believe me, you don’t wanna know.’
Opnieuw tuurden
de Thaise ogen naar iedere centimeter van mijn paspoort. Eenmaal, tweemaal… de
voorkant, de achterkant…kom op, do it, do
it, do it…! En ja, ze deed het! Alsof ze het zelf niet kon geloven. Ze
overhandigde mijn departure en arrival kaarten aan haar collega achter me en ik
kon haar wel zoenen! Ik huppelde door de poort, in gedachte mijn middelvinger
opstekend naar de demoon aan de andere kant. See you again in two weeks, motherfucker!
... Wordt vervolgd in deel III.