Monday, February 18, 2013

To whom it may concern


Ik ben momenteel in Vientienne, Laos, een aan Thailand grenzend landje waar iedereen lekker Frans zit te doen, met koffie, croissantjes en eclairs. Mijn verblijf hier is echter niet geboren uit een gebrek aan baquettes of eigenwaarde, in mijn geval is het 'duur doen' een noodzakelijk kwaad en resultaat van een onlangs geboekt succes. Ik ben van baan gewisseld, zo mag je het wel noemen. Gemotiveerd niet alleen door financiele overwegingen maar ook omdat ik tot het inzicht ben gekomen dat het tijd werd, na bijna vier maanden in Thailand te verblijven, om een permanenter visum te bemachtigen. En de beste manier om dat te doen is via een 'echte' werkgever. Eentje die geen problemen heeft met het aanschaffen en verzorgen van een werk vergunning.

Exact twee weken geleden trok ik dus maar weer de stoute shoenen aan. Het project waar ik aan werkte was feitelijk afgerond en de keuze om onder onzekere condities verder te werken zou niet in mijn belang zijn geweest. Er speelden nog andere overwegingen die mijnsinziens zelfs een permanent verblijf in ‘the land of smiles’ in het geding konden stellen. Kortom, op maandag middag, twee weken geleden, trok ik weer eens de straat op. De eerste deur die ik binnenviel was van een internationale school. Daar was de ontvangst zoals overal in Thailand bijzonder vriendelijk, maar niet direct vruchtbaar. Al kreeg ik wel een application form mee, welke ik de volgende ochtend retourneerde. Op de terugweg naar huis die dinsdag bevond zich een tweede deur. Ik achtte de kans niet bijzonder groot dat ik zou worden aangenomen, het betrof een grote Amerikaanse recruitment firma, maar je weet het maar nooit. Het werk leek me vrijwel op het lijf te zijn geschreven, maar tegelijkertijd verwachtte ik langdurige selectie ronden en veel concurrentie voor de positie. Tot mijn grote genoegen echter, bleef mijn bezoek niet beperkt tot het simpelweg afgeven van mijn C.V. Na een interview met, wie ik inmiddels kan noemen, mijn manager volgde een interview met de baas en reeds de volgende dag werd ik gebeld met goed nieuws. Men was een 'offer letter' aan het opstellen, en zou ik donderdag tijd hebben om deze op kantoor te komen lezen en eventueel te tekenen? Gelukkig had ik nog ruimte in mijn agenda. En zodoende ben ik afgelopen dinsdag begonnen in mijn nieuwe hoedanigheid als head-hunter. Ik zoek dus nog steeds naar werk, alleen niet langer meer voor mezelf.


Ik ben dol gelukkig met mijn nieuwe baan, mijn collega's en niet te vergeten, de royale compensatie die de firma mij gunt. Dat kunnen zelfs de Francofielen me hier niet ontnemen. En het belangrijkste, en tevens de reden waarom ik hier in Laos aan de koffie zit te wachten op het openen van de Thaise ambassade: een werkvergunning. Met een enorme stapel papierwerk onder de arm ben ik hier afgelopen vrijdag aangekomen en heb bij de ambassade een 'non-immigrant, ib-type visa' aangevraagd. 'B' staat voor 'business'. Het duurt een volle werkdag om dit speciale visum aan te maken maar, abrubt verstoord door het weekeinde is het pas deze maandag en ten tijde van dit schrijven over ongeveer een kwartier dat ik het document kan ophalen. Mijn paspoort heeft nog nooit zo'n kleurrijk bestaan genoten, met alle stempels, 'on-arrival' toegangsbewijzen en handtekeningen die ik op mijn talloze visa-runs inmiddels heb verzameld. Die visa runs zijn, als alles goed gaat, voor de komende twee jaar volledig van de baan. Het ib-type visum wordt met helpende hand van de firma gebruikt om een werkvergunning te verkrijgen, een stap die in het genoemde papierwerk reeds is aangekondigd aan het Thaise consulaat hier in Laos. Van Laos zelf ben ik overigens niet echt onder de indruk, al kan ik me voorstellen dat het voor sommigen zo haar charmes heeft. Echter, je bij een ambassade melden met een officieel gestempelde brief die aanheft 'To whom it may concern...' met daarna een verzoek tot medewerking en een negentig pagina tellende onderbouwing over het waarom ‘whom should be concerned’ is toch een ervaring die je in een mensenleven niet mag mag missen, zo denk ik maar. Nu nog in een taxi springen en roepen 'follow that car' en mijn ‘bucket list’ is zo goed als afgewerkt.


Nu nog een laatste stap, en dat is met een HR medewerker naar de immigration office in Bangkok om de werkvergunning te verzoeken. Eenmaal verkregen kan ik een flinke zucht der verlichting slaken, dat is wel te beloven. Niet alleen zijn de visa runs verbannen uit mijn leven, geen demonische Cambodjaanse poortwachters meer of 9 uren durende leidenswegen in minivans over stoffige wegen; ik wordt in bureaucratische zin ‘ge-upgrade’. Ik krijg een echt Thais social security nummer, ik kan me met brede glimlach melden bij mijn vestiging van ‘Bangkok Bank’ welke me eerder al zo dienstbaar waren, om de faciliteiten op mijn rekening naar volwaardig op te waarderen, ik zal belasting mogen betalen (in mijn geval slechts ten hoogste 15% in de eerste 4 jaar!) ik mag investeringen doen, ontvang als ik mijn proeftijd doorsta de beste healthcare insurance verkrijgbaar op de Thaise markt en nog veel meer. Kortom, een sterk fundament om deze eerste 4 maanden uit te breiden naar 28 maanden, en hopelijk zo verder, tot een olifant het verhaaltje uitblaast. Een Thaise olifant welteverstaan. 




No comments:

Post a Comment

This blog is personal. Strangers feel free to comment but play nice.